We oefenen: ik, jij, bang, ver-drie-tig

Ze is 22 jaar en studeerde wiskunde in Aleppo (Syrië), maar woont nu met haar familie, een vriend van de familie en een buurman in een klaslokaal in Amersfoort.
Het is een bijzondere familie. Ze zijn slim, leergierig en heel hartelijk. Ze hebben een sterke wil en ze lachen vaak.

Heel soms zie je even de schaduwzijde. Via een app praat ik met de vriend van de familie over thuis. Of ik kinderen heb. Hoeveel? Jongen, meisje? Heb ik een man? ‘Mijn familie is nog in Syrië. Ik heb een paar kinderen daar. Vier kleine kinderen.’ De ogen, die anders altijd een beetje flonkeren, kijken nu naar de tafel. Stilte. Even niks. Ja, straks weer een sigaretje. Veel sigaretjes. Voor elk moment dat hij aan thuis denkt.

Ik zie een foto van de familie onderweg. Aan de omgeving te zien zijn ze op dat moment in Griekenland. Ze hebben een rugzakje, een flesje water in hun hand en de onafscheidelijke mobiel: hun routeplanner en contact met thuis. Maar het belangrijkste gebeurt in hun gezicht. Ze lachen niet en zoals ik ze ken, lachen ze veel. Ze zien er stoffig en warm uit, ze kijken alsof ze duizend kilo op hun rug meenemen: de familie die ze achter hebben moeten laten, de reis die voor hen ligt en nog onzeker is. Nu zijn ze bij ons. Ze kunnen gelukkig weer een beetje lachen.

De wiskundestudente is van de week een avondje op een girls’ night out geweest. Ze heeft de margarita gedanst. Ze doet hem voor, in de gang van de school. En haar nagels zijn nu roze met een wit sterretje. Ze wil het ook wel bij mij doen. Ze straalt. In hun kamer speelt een man op een gekregen sitar. Ze willen muziek maken en dansen. Ze zijn veilig. Ze willen heel graag vooruit in de wereld. Gelukkig worden. Bij Nederland horen.

Daarom komen ze bijna elke avond naar de Nederlandse les. Ze willen heel precies weten hoe je de woorden uitspreekt: ik, jij, hij, wij, eten, drinken, geven, lachen, huilen, blij, bang, verdrietig. Soms zeggen we de woorden gezamenlijk heel hard in koor: blij, bang, ver-drie-tig, ver-drie-tig, VER-DRIE-TIG, VER-DRIE-TIG. Nog even en we gaan erbij marcheren. We lachen ons een breuk om onszelf. Zie ons nu hier Nederlandse woorden brullen in een gymzaaltje dat op de nominatielijst staat afgebroken te worden, op commando van een Nederlandse nepjuf.

Het waren drie fantastische weken. Ik had vakantie, maar ben thuisgebleven. En toch ben ik een beetje in Syrië geweest, in Irak, in Afghanistan en in Eritrea. Het waren blikverruimende weken. Ik gun heel Nederland zo’n trip in eigen land. Je wordt wel nóg iets treuriger van die Nederlanders die sportzalen opkopen om maar geen vluchtelingen in de buurt te hebben. Aan de andere kant is er de troost dat er mensen zijn die de ongelooflijke moed hebben om tegen de angst in, te vertrouwen op een betere toekomst. Dat ze het samen gaan redden. Daar kunnen wij verwende Nederlanders, die van alles meer dan genoeg hebben, nog een flinke punt aan zuigen.

Niet onze veiligheid staat op het spel. Het ergste wat we nu kunnen verliezen, is onze (mede)menselijkheid. En wat mij betreft: dan dooft het licht.

Bron: ND.nl/opinie. Carine Heinhuis, vrijwilliger