Vrijwilligers geven taalles aan vluchtelingen in Soesterberg

‘Ik ben Nour. Ik ben tien jaar’. Dit zijn de eerste Nederlandse zinnen die Nour uit Irak leert. Een beetje onhandig zet ze haar pen aan de linkerkant van het papier en begint ze te schrijven. Nour is één van de veertig vluchtelingen die woensdagavond taalles krijgt in kinderdagverblijf de Linde in Soesterberg.

De locatie ligt op tien minuten loopafstand van de noodopvang op Kamp van Zeist. Om acht uur komen de eerste vluchtelingen binnen. Ze zijn op de fiets, want ook fietsen kunnen ze al een beetje. De groep wordt ontvangen met koffie en wat lekkers. Terwijl jong en oud snoepen van het gevulde speculaas, slaan ze hun schriften open. Tijd om aan de slag te gaan.

Afleiding

De vrijwilligers zijn druk in gesprek met de vluchtelingen. Lang is er gezocht naar een geschikte locatie. Uiteindelijk heeft de gemeente de Linde in Soesterberg ter beschikking gesteld. De komende twee maanden zullen hier elke maandag- en woensdagavond lessen worden verzorgd. Marleen Miedema is één van de vrijwilligers die de taalles organiseert. ‘Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) organiseert de opvang, maar dit project is een initiatief van vrijwilligers,’ vertelt ze. ‘Deze mensen zitten vierentwintig uur per dag zonder vermaak in een relatief kleine ruimte. Op deze manier willen we ze afleiding bieden, terwijl ze tegelijkertijd de taal leren.’

Alfabet

Syriërs, Irakezen, maar ook Eritreeërs en een enkele Bulgaar leren vanavond de beginselen van de Nederlandse taal. Aan een tafel wordt druk geoefend met het alfabet, terwijl een groepje aan de overkant Nederlandse werkwoorden opdreunt. Een vluchteling probeert op de klok te lezen hoe laat het is. ‘Half neggggen.’ Zo goed als hij kan bootst hij de Hollandse ‘G’ na.

Tarfic Hesso (50) behoort tot de gevorderde groep. Hij is gevlucht uit Syrië, maar voelt zich inmiddels thuis in Soesterberg. ‘Ik leer graag Nederlands.’ Het spreken gaat hem goed af, maar correct spellen vindt hij nog lastig. Toch is Tarfic vastberaden om dat onder de knie te krijgen.

Stroopwafels

Ook Payman (9) is druk aan het schrijven. Met een groepje Syrische kinderen leert hij over dieren. Hond, kat, paard, koe…IJverig tekent hij elk dier op papier en schrijft de naam erbij. ‘Dankjewel!’ roept hij wanneer hij een stroopwafel krijgt aangereikt van een vrijwilligster. Met een glimlach deelt zij koekjes uit aan de kinderen. ‘Ze hebben mijn hart gestolen,’ verzucht ze.

Vrijwillig taalles geven is dankbaar werk, vindt Miedema. ‘Deze mensen hebben ons hard nodig en daarnaast is het een heel waardevolle taak. Niet alleen voor de vluchtelingen die de taal leren, maar ook voor jezelf. Als vrijwilliger maak je kennis met een compleet nieuwe wereld.’

Na anderhalf uur schrijven en lezen, is het tijd voor de vluchteling om weer naar ‘huis’ te gaan. Voordat ze op hun fiets stappen laten Nour en Payman vol trots hun versie van ‘hoofd, schouders, knie en teen’ horen die ze zojuist hebben geleerd. Tot volgende week!,’ roepen ze erachteraan.

Bron: Soester Courant