Vluchteling vertrekt, vrijwilliger blijft achter

ND 28122015-1

De vluchtelingen die in de crisisnoodopvang in Amersfoort waren opgevangen, zijn verhuisd. Veel vrijwilligers kunnen maar moeilijk afscheid van hen nemen en het vrijwilligerswerk achter zich laten.

‘Het was erg moeilijk en niet alleen voor ons. Ook bij vluchtelingen liepen de tranen over de wangen. Hoe worden we daar verzorgd, is de opvang goed?”, vroegen ze aan ons. Wij konden geen antwoord geven, want we wisten het zelf ook niet.’ Afscheid nemen viel Esther Sneep (20), vrijwilliger bij de crisisnoodopvang in Amersfoort, erg zwaar. De band die ze had opgebouwd met vluchtelingen, de verhalen die ze had gehoord en de nood die ze proefde, maakten veel indruk. ‘Je wilt ze eigenlijk niet loslaten, maar het moet wel. Zeker in het besef dat het een positieve stap in hun asielprocedure is.’

Voor een groep van honderd vluchtelingen was 30 september een belangrijke dag in die asielprocedure. Ze werden ondergebracht in de Amersfoortse sporthal Schuilenburg, die klaargemaakt was om als crisisnoodopvang te dienen. Op zulke locaties kunnen vluchtelingen bij wijze van noodmaatregel 72 uur onderdak krijgen, met een mogelijkheid tot verlenging als er na die tijd nog geen passende oplossing is gevonden. Daarvan was sprake van bij de sporthal, die uiteindelijk een week voor crisisnoodopvang is gebruikt. Het Amersfoortse gemeenteraadslid Simone Kennedy (ChristenUnie) was vanaf het begin betrokken bij de opvang van de groep vluchtelingen. Zij zag dat de toestand waarin de groep verkeerde, vaak erbarmelijk was. ‘We konden ze na die week niet zomaar op de bus zetten. Dus hebben we gevraagd of ze langer mochten blijven.’

De Anne Annemaschool werd beschikbaar gesteld, want het gebouw stond leeg en zou binnenkort worden gesloopt. ‘De groep vluchtelingen is daar vijf weken gebleven om weer op krachten te komen’, vertelt Kennedy. ‘In die tijd hebben veel vrijwilligers goede relaties ontwikkeld met vluchtelingen.’ Esther Sneep is als een van die vrijwilligers actief geweest, eerst in de sporthal en later in de Anne Annemaschool. Ze wist niet wat ze zou aantreffen, toen ze zich voor de eerste keer als vrijwilliger meldde. ‘Ik zag verdriet en hoop bij de vluchtelingen. Verdriet omdat ze moesten vluchten uit hun land, waar ze het goed hadden. Ik sprak met een derdejaars wiskundestudente, een meisje van mijn leeftijd. Ze heeft Syrië verlaten vanwege de oorlog. Dat verdriet maakte veel indruk. Maar ik zag tegelijkertijd ook hoop op een betere toekomst, en dankbaarheid voor de vrijwilligers die hen hielpen.’
Ook John Oeben (60) deed vrijwilligerswerk bij de crisisnoodopvang in Amersfoort. ‘Ik heb een aantal keren lessen Nederlands gegeven, gitaar gespeeld en gezongen met de vluchtelingen, dat was erg mooi werk. Ik heb er ook een aantal fans bijgekregen, die waren erg onder de indruk’, zegt Oeben lachend.

Afscheid

Maar na twee weken in de sporthal en vijf weken op de school, verhuisden de vluchtelingen op 11 november naar de noodopvang in Soesterberg. Daarmee kwam er voor een groot aantal vrijwilligers een einde aan hun bezigheden. Voor velen valt dat zwaar, in heel Nederland konden mensen de behoefte iets voor ‘de naaste’ te doen, in het vrijwilligerswerk kwijt. Daarnaast maken de verhalen van de vluchtelingen indruk en bouwen veel vrijwilligers een band op met de asielzoekers. ‘Ik heb een aantal mensen met pijn in het hart moeten loslaten’, zegt Oeben.

VluchtelingenWerk Nederland maakt het vaker mee dat vluchtelingen en vrijwilligers een hechte band opbouwen. Vrijwilligers doen hun werk vanwege hun grote betrokkenheid met vluchtelingen. De omgang hoort met elke vluchteling hetzelfde te zijn, maar toch ontstaat er meer dan eens een band met enkele vluchtelingen in het bijzonder”, zegt Martijn van der Linden van Vluchtelingen-Werk. Volgens hem is het logisch als een afscheid gepaard gaat met emotie. “Na een periode van intensief contact kan het vrijwilligerswerk worden beëindigd, bijvoorbeeld door verhuizing. Daar wordt natuurlijk geregeld een traantje weggepinkt, maar dat hoort erbij.”

Gedragsregels

Esther Sneep en John Oeben hebben nog wel de mogelijkheid om de vluchtelingen in Soesterberg als be-zoeker te ontmoeten, maar niet als vrijwilliger. Bij het COA, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, moeten vrijwilligers gedragsregels ondertekenen waarmee ze beloven geen persoonlijke relaties te ontwikkelen met vluchtelingen, ook niet op Facebook of telefonisch. Daarom kunnen ze geen activiteiten organiseren voor de vluchtelingen op COA-terrein. De taallessen zijn wel weer opgepakt, in een schoollokaal in Soesterberg. Sneep gaat nog wel eens bij de groep in Soesterberg langs. “Die vluchtelingen hebben zoveel kwaad gezien, maar toch zijn ze hoopvol en proberen ze hun leven weer op te bouwen. Daarvan kunnen wij in Nederland nog veel leren.” Voor John Oeben wordt het moeilijk taallessen te geven; die vallen op de avonden dat hij muziek maakt. Hij bezoekt nog wel wekelijks enkele vluchtelingen. “Ik heb onlangs met hen het verjaardagsfeest van een andere vrijwilliger verzorgd, dat was erg gezellig.” Oeben kijkt positief terug op het vrijwilligerswerk in Amersfoort. “Het is een voorrecht om deze vluchtelingen te helpen”, zegt hij. Hij spoort iedereen aan om mensen in nood te helpen: “Ga ook iets doen, dan weet je pas echt hoe mooi het is om iets voor de ander te kunnen betekenen.”

‘We zijn familie geworden’

Sylvie Baggen (28) uit Geleen heeft een sterke band opgebouwd met een Syrische familie, die in eerste instantie in Geleen werd opgevangen in een crisisnoodopvang. ‘Ik had vanaf het begin een erg goede klik met ze. Dat kwam doordat ik me in hun situatie verplaatste: hoe zou ík me voelen als ik hier met mijn familie zou zitten?’ Na een tijdje vertrok het Syrische gezin uit Geleen. Sylvie Baggen: ‘Ik heb lang afscheid van ze genomen, want ik dacht dat het definitief zou zijn. Ik wist dat ze naar Amersfoort gingen, maar niet naar welke locatie. Ik maakte me erg veel zorgen: worden ze wel goed opgevangen in de nieuwe opvang? Je gunt die mensen het beste, een goede plek om te verblijven, waar ze alle negativiteit achter zich kunnen laten.’

Later werd het Baggen duidelijk waar de familie precies naar toe was gegaan: in eerste instantie naar de sporthal en later naar de Anne Annemaschool. De 190 kilometer tussen Geleen en Amersfoort zouden voor veel vrijwilligers een definitief afscheid betekenen. Maar voor Sylvie Baggen ligt dat anders: ‘Toen ik wist dat ze in Amersfoort zaten, ben ik gaan helpen in de sporthal en bij de verhuizing naar de school. Ook op andere momenten zocht ze de familie op. En dat doet ze nog steeds, nu de Syriërs in Soesterberg in de noodopvang verblijven. De familie bestaat uit een vader met zijn zoon en dochter, twee neven van de kinderen en een oom. Uit angst voor de oorlog is de familie uit Syrië gevlucht, en via Turkije hebben ze in Lesbos voet aan wal in Europa gezet. ‘Vanmiddag ga ik met ze schaatsen in Amersfoort’, vertelt Baggen. Op een bezoekdag blijft ze ruim twaalf uur bij de vluchtelingen, van tien uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Ze blijft ook geregeld weekenden in de buurt overnachten, zodat ze meer tijd met hen kan doorbrengen. ‘We zijn echt familie van elkaar geworden’, zegt ze. ‘Ze zijn zo blij en dankbaar voor de hulp die ze krijgen. Doordat ik ze elke week opzoek, hebben ze weer een beetje het gevoel mens te zijn. Daarvoor ben ik zelf ook enorm dankbaar.’

Bron: Nederlands Dagblad