Libië was de hel, maar ook de onzekerheid is martelend

De crisisopvang in de Anne Annemaschool telt voornamelijk vluchtelingen uit Syrië. Een kleine groep vluchtelingen uit Eritrea vormt een zwijgende minderheid. In geen van de klaslokalen vallen tijdens het bezoek van de krant zulke  lange stiltes als in het tijdelijke onderkomen van het gezelschap uit Eritrea. De overwegend jonge Afrikanen willen best praten, maar vinden bijna de woorden niet om de ontberingen van hun reis en het uitzichtloze van hun situatie weer te geven.

Het gaat nu best goed met ze, zegt de oudste van de twaalf. ,,In de opvang  hebben we in elk geval rust. Het zou beter met ons gaan als we iets wisten over onze toekomst. Niemand praat met ons over of we in Nederland mogen blijven. Wij zijn heel onzeker. Dat is het allermoeilijkste.’’ De ‘soberheidsbrief’ van Dijkhof kwam vorige week keihard binnen bij de Eritreërs. Enkele mannen lagen de dag er na huilend in bed, zo geschrokken waren ze van het woord ‘container’. De tolk legt uit: ,,In Eritrea is een container hetzelfde als een gevangenis en veel van deze mensen hebben daar vreselijke periodes in doorgebracht. Het is niet gek dat ze overstuur raakten.’’

De verschrikkingen van de lange reis uit hun thuisland naar Nederland staan gegroefd in de gezichten. Vooral Libië was een hel, zeggen ze. Een 19-jarig meisje ontbloot haar onderbeen. De blauwe plekken, striemen en brandwonden hield ze over aan drie maanden gevangenis. Ze mocht er pas uit toen haar medevluchters met dwangarbeid voldoende geld bijeen hadden gebracht. In Libië gebeuren de meest krankzinnige dingen, zegt een jongen in een oranje shirt met nummer 14, gekregen van de Kledingbank. Ze zijn er beroofd van hun laatste centen, hun sieraden en de weinige spullen van waarde. ,,Ze laten je betalen voor de bootreis naar Europa, maar na een uur of zeven vaart de boot terug naar Libië. Als je er iets van zegt, dan richten ze een pistool op je. Het begint dan weer van vooraf aan.’’

De dagen in de opvang ‘duren 48 uur’. Ze hebben niets te doen en ze hebben geen geld. De nachten zijn het ergst. ,,Dan komen de beelden terug.’’

 

Bron: Amersfoortse Courant/ Marco Willemse