‘Ik heb hier nieuwe familie’

Hij wil graag zijn verhaal doen, maar dan wel in het Nederlands. Hoe sneller Zaher de taal onder de knie heeft, hoe beter het immers is.

Het waren niet meer dan zeven weken die 93 vluchtelingen uit Syrië en Eritrea een jaar geleden doorbrachten in de Amersfoortse crisisopvang. Toch zorgde het voor een blijvende band met de stad en haar bevolking . De meesten keren er dan ook terug als statushouder. Vandaag: Zahar Nabhan, zonder familie maar barstend van ambitie.

“Het is soms nog moeilijk, maar Nederlands spreken is het beste voor mij. Toen ik vorig jaar hier kwam, sprak ik alleen Arabisch. Van mijn goede vriend Randi uit de vluchtelingengroep leerde ik Engels. Dan kun je al praten met de mensen hier. Sinds twee maanden praat ik alleen nog maar Nederlands. Het is moeilijk soms, maar ik moet het leren.”

“Voor mij is het heel belangrijk dat ik jullie taal perfect leer. Ik wil volgend jaar naar de hogeschool, voor de opleiding ict. Dan moet je staatsexamen 2 hebben. Ik ben een beetje ongerust, omdat ik nu drie maanden moet wachten tot de nieuwe cursus begint. Er zijn niet genoeg leerlingen in Amersfoort. Ik hoop dat het goed komt. Nee, het móet goedkomen.”

“Ik ben in 2012 gevlucht van Syrië naar Libanon. Ik had anders in het leger van Assad moeten dienen. Mijn broer hoefde niet. Daarom is hij wel gebleven. Verdergaan met mijn studie ict ging niet in Libanon. De mensen daar kunnen ook niet zo goed omgaan met mensen uit Syrië. Er zijn spanningen. Libanon heeft vier miljoen inwoners en een miljoen vluchtelingen. Dat is te veel voor een klein land.”

“Ik wilde alleen vluchten als ik naar jullie land kon, omdat jullie vluchtelingen kansen geven. Dat was het verhaal over Nederland in de kampen en dat klopt ook. Ik mag hier blijven en ik kan hier verder studeren. Voor mij is dat het belangrijkste. Ik heb vijf dagen in Duitsland gezeten. Dat vond ik niet fijn. Nederland is een mooi land, met mooie mensen. Dat is genoeg voor mij.”

“Ik ben hier alleen. Dat is soms moeilijk. Ik praat wel bijna elke dag met mijn moeder in Syrië. Hama is veilig, maar vijf kilometer verderop is het oorlog. Zo dichtbij gebeurt het, maar ze gaan niet weg. Mijn vader kan dat niet, wil blijven waar hij altijd heeft gewoond. Ze komen dus niet naar Europa. Ik heb mijn ouders 4 jaar niet gezien, mijn zus 3 jaar niet en mijn broer 2 jaar niet. De vrijwilligers die mij altijd helpen zijn nu mijn familie. Ze zijn geen gewone vrienden. Ze zijn veel méér. Ik kan dat niet goed uitleggen, maar zo is het.”

“De groep uit de Anne Annemaschool heeft nog steeds veel contact met elkaar. Ook daarom voel ik me niet zo alleen. Ik heb ook een vriend teruggevonden die samen met mij naar Europa vluchtte. Ik raakte hem kwijt in Oostenrijk, omdat hij in een rij stond en ik in de andere rij moest. Hij heeft het ook gered. Hij woont nu in Gaanderen. We zien elkaar weer.”

Bron: AD