‘De angst is nog groot’

tirhas-zebib

Verlegen zitten ze samen op de bank. “Ja, we klampen ons aan elkaar vast”, glimlachen Tirhas Mackele en Zebib Jorjo.

Ziek, zwak, met waterpokken en luizen kwamen ze twee jaar na hun vlucht uit vaderland Eritrea in Nederland aan, waar ze in het hun onbekende Amersfoort in sporthal Schuilenburg en de Annemaschool onderdak kregen. Het was hun zoveelste opvangadres. Van hun ontberingen tijdens de lange reis zijn ze hersteld, hun integratie in het koude Nederland komt op gang.

“Het verschil met Eritrea is groot, we vertrouwen hier nog niet alles”, zegt Tirhas, die lachend toegeeft dat ook hier de politie haar angst inboezemt.
Met Tirhas en Zebib ontvluchtten al bijna 400.000 Eritreeërs het land aan de Oost-Afrikaanse kust.

Noord-Korea van Afrika
Vorig jaar vroegen 7359 van hen asiel in Nederland aan. De Eritrese bevolking wordt zo zwaar onderdrukt door het regime dat Eritrea ook wel het Noord-Korea van Afrika wordt genoemd. Veel jonge mannen èn vrouwen ontvluchten het land uit vrees voor de dienstplicht die letterlijk eindeloos kan duren.

Over hun vlucht en de langdurige omzwervingen willen ze weinig kwijt. Ze dragen de angst nog met zich mee. ,,Als je van jongs af aan bent onderdrukt, schud je dat niet zomaar van je af”, zegt vrijwilliger Mariëtte de Groot. Ze zijn onafscheidelijk, sinds ze elkaar leerden kennen in het aanmeldcentrum in Ter Apel. “We hebben elkaar nodig”, zegt Zebib, “en we kunnen het goed met elkaar vinden.”

Angst
De vijftien vluchtelingen uit Eritrea in de oorspronkelijke groep uit de crisisopvang in Amersfoort, trokken ook sterk naar elkaar toe. “De Eritreeërs delen hetzelfde lot en zoeken elkaar op”, vertelt Hadish Mebrahtu, voorzitter van de vereniging Mahber Selam voor de Nederlandse gemeenschap uit Eritrea en buurland Ethiopië.

Mebrahtu woont zelf al 24 jaar in Nederland, en fungeert als tolk. “De angst onder hen is vaak nog groter dan onder andere vluchtelingen.” Tijdens hun eerste verblijf in Amersfoort waren beide vrouwen ook bevreesd dat ze zouden worden teruggestuurd.

Vorige week kwam landelijk nog in het nieuws dat Eritreeërs grote moeite hebben met integreren en contact maken. Velen brengen dagenlang thuis door. “Bescheidenheid en terughoudendheid zitten in het karakter van Eritreeërs”, vertelt Mebrahtu. Lachend herinneren ze zich dat ze achteraan de rij stonden toen er tweedehands kleding werd uitgedeeld in sporthal Schuilenburg.

Marktplaats
Maar nu kijken ze liever vooruit, en ze zien ook weer toekomst. Als eerste terugkeerders van de oorspronkelijke groep uit de Annemaschool kregen Tirhas en Zebib een appartement toegewezen, aan de Stadsring in Amersfoort. Ze zijn druk geweest om met hulp van de vrijwilligers de woning in te richten.

Een bank komt van Marktplaats, een glazen kast heeft Zebib met zorg uitgezocht. De gordijnen waarvan de stof uit Ethiopië komt, heeft ze zelf gemaakt met assistentie van een vrijwilliger. “Ik ben nog steeds druk met de inrichting”, vertelt Zebib. Ze blijkt erg georganiseerd, netjes en zorgzaam.

Geliefden
Maar de onzekerheid blijft omdat ze in afwachting zijn van de hereniging met hun geliefden. Hun mannen zijn op hun vlucht in Oeganda en Israël terechtgekomen. Voor hun komst moet nog een lange procedure worden doorlopen. “Ze wachten op documenten,” zegt Zebib.

Het liefst gaan ze al aan het werk. ,,We willen graag wat doen. We zijn Nederland erg dankbaar, zonder Mariette en de anderen zouden we hier niet redden. Maar eerst moeten we goed Nederlands leren,” zegt ze zonder tolk.

Bron: AD